Startpagina | | Actualiteit | Contact | Sitemap
Documentatiecentrum | Woordenlijst | Onze brochures | Veelgestelde vragen | Wettelijke vermeldingen
De steen Realisaties Het netwerk Professionelen Het bedrijf
FR | NL | UK
Een steen op maat van
uw verbeelding
BOORDSTENEN
GEBOUCHARDEERD
Onthaal > Hulpbronnen > Woordenlijst
Woordenlijst
  Elke stiel heeft zijn eigen jargon. Ontdek hier de voornaamste termen uit de wereld van steen evenals hun definities.


ADER Witte lineaire structuur aanwezig in steen.
AFKANTING Korte schuine kant op een uitspringende hoek.
AFWERKING Bewerking van het oppervlak van de steen. Er bestaan verschillende soorten afwerkingen : gebouchardeerd, gevlamd, gezaagd, geslepen, gezoet, gepolijst, enz.
BEITEL Plat gereedschap dat via een van zijn uiteinden afkapt in de natuurlijke richting van de broosheid van het gesteente.
BEWERKEN Proces waarbij machines platen voorzien van traditionele behouwingen.
BIKHAMER Hamer met twee lemmers, omgekeerd gedraaid in verhouding tot het handvat.
BLOK Onbewerkt parallellepipedumvormig product gedolven uit de steengroeve.
BOK Metalen structuur voor het opslaan van platen op de werf of voor transport.
BOORDJE Smalle boord van een fijngesneden stuk steen.
BOUCHARDHAMER Hamer met een vierkant kopvlak bezet met punten om de oppervlakte van een steen te effenen.
CENTRAAL GEDEELTE Centrale zone van de voorkant van een steen.
CRINOÏDE Zeeorganisme, soms talrijk als een fossiel aanwezig in Belgische Blauwe Hardsteen.
DELVER Arbeider die ‘aan de rots’ werkt voor de ontginning van de blokken.
DIAMANTDRAAD Kabel bezet met diamanten waarmee onder toevoeging van water steen kan worden gezaagd.
FOSSIEL Belgische Blauwe Hardsteen wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van talrijke fossiele organismen met een bijzondere morfologie. De fossielen kunnen wit, grijs of zwart zijn. De fossielen die het vaakst voorkomen in Belgische Blauwe Hardsteen zijn crinoïden.
GEODE Bolvormige en holle stenige massa waarvan de binnenkant bedekt is met kristallen.
GLAUCONIET Waterhoudend ijzersilicaat, donkergroen mineraal dat voorkomt in bepaalde sedimentaire gesteenten.
GLYPTOGRAFIE Tak van de geschiedeniswetenschap die de lapidaire tekens bestudeert.
GRADINE Heel smalle en gekartelde beitel die vooral gebruikt wordt voor het voorhakken.
HOUWEN Verwijst naar het snijden van steen en het mechanisch vlakslijpen (boucharderen, vlammen…)
IN GROEFLEGGER In de richting van de laag van de natuurlijke sedimentatie van de stenen.
KARSTISCH Term die gebruikt wordt voor kalkstenen die aan de oppervlakte en in de diepte aangetast werden door water dat holtes gevormd heeft door in barsten te sijpelen.
KANTRECHTEN Handeling waarbij de zijden van een blok ongeveer rechthoekig worden gemaakt.
KERFMACHINE Een machine die dient om diepe inkepingen te maken evenwijdig met of loodrecht op de stratificatie van de  gesteenten om het in stukken hakken gemakkelijker te maken.
KLOVING Handeling van het doen splijten in de natuurlijke richting van de gelamelleerde lagen.
KORST Grijsbruinkleurige brokkelige laag op de steen.
LIGGING VAN DE STEENLAAG Natuurlijke ligging van de afzetting van de stenen, niet altijd horizontaal.
‘LIMÉ’ Fijne ader, bestaat vaak uit wit calciet.
MARMER De professionals uit de wereld van steen gebruiken de term ‘marmer’ voor de verschillende harde kalkachtige gesteenten die gepolijst kunnen worden. Als verduidelijkt wordt dat het om echt marmer gaat, wordt deze term alleen gebruikt voor metamorfe gesteenten.
MARMERBEWERKING Vlakslijpen van platen en tegels (puimen, polijsten…)
PALET Randen van een gehouwen element, die anders behandeld worden dan de centrale oppervlakte.
PIN Pons met een lengte van 0,25 tot 0,35 m.
PLAAT Halfafgewerkt product dat het resultaat is van het zagen van een blok in dunne lagen (van ongeveer een centimeter). Platen worden evenwijdig met de steenbank gezaagd.
PLAATSINGSLAAG Onderkant van een steen die bestemd is om bovenop een andere te worden geplaatst.
PROFILEREN Methode voor het schetsen van vormen en beeldhouwwerken met als bedoeling om de uiteindelijke vorm te benaderen. Men begint met een parallellepipedum en verwijdert de prisma’s steeds fijner op tangentiële wijze tot het definitieve volume bereikt is.
RAAMZAAG Metalen kader waarin de talrijke metalen snijbladen voor het zagen van de blokken in platen worden opgehangen.
SCHAVEN Handeling waarbij alle oneffenheden van een onbewerkte kant vlak gemaakt worden.
SCHISTVORMING Schistachtige gelaagdheid van bepaalde gesteenten naar aanleiding van een drukuitoefening.
SCHOONMAKEN De korst of de zachte delen rond een steenblok verwijderen.
SCHROEFDRAAD In spiraalvorm gevlochten metalen draden waarmee onder toevoeging van zand en water steen kan worden gezaagd. Oude methode voor het zagen van steen.
SPIGOT Metalen puntbeitel om de steen uiteen te doen barsten vanuit de perforatielagen.
SPLIJTEN Handeling waarbij het blok opgedeeld wordt in de richting van de stratificatielagen.
STEENBANK Steenachtige laag gescheiden van de andere onderlagen door een verbindingslaag die over het algemeen heel zacht of zelfs hol is.
STEREOTOMIE Wetenschap die de snijding van harde grondstoffen (stenen, hout, enz.) behandelt; methode voor het snijden en het samenvoegen van stenen die een beroep doet op de beschrijvende meetkunde.
STRATIFICATIE Lagen van een gesteente of van verschillende gesteenten liggen op elkaar gestapeld.
STYLOLIET Kleine onderbrekingen in de sedimentaire gesteenten, evenwijdig aan de laag en gekenmerkt door een bundeling van klei.
TEGEL Afgewerkt product met standaardafmetingen.
TEGENDRAADPLAAT Dikke platen (15 cm of meer) gezaagd loodrecht op de steenbank.
TEGEN GROEFLEGGER Richting loodrecht op de oppervlakte van de afzetting in de sedimentaire gesteenten.
TEGEN GROEFLEGGER Positie waarbij een gesteente in een andere richting dan die van de laag staat.
UITPOMPING Afvoeren van geïnfiltreerd water.
WACHTLAAG Bovenkant van een steen die moet dienen als ondersteuning voor een nieuwe blok.
ZAGEN Handeling waarbij een blok in platen wordt gesneden.
ZAGEN Handeling waarbij onbewerkte ontgonnen blokken in kleinere stukken gesneden worden.
ZIJKANT Externe boord van de zijde van een steen.
ZWARTE VLEK / ZWARTE ADER Onregelmatige naden verschijnend in de vorm van een koolhoudende lijn in de steen.

 

© 2007 PIERRE BLEUE BELGE